Pastoor Van Esch voelde zich door de overschrijding van de bouwkosten ‘een slaaf van het geld’, maar hij wist door zijn beminnelijke persoonlijkheid vele mensen ertoe te bewegen hem financieel te ondersteunen. Zo kreeg hij bij gelegenheid van zijn zilveren priesterjubileum in 1895 van zijn parochianen een hardstenen vloer voor de kerk. Tussen 1900 en 1902 werd de binnenzijde van de kerk opnieuw en bont geschilderd door Dorus Hermsen uit Roggel. In 1910 kwam het triomfkruis (boven het altaar) en in 1914 volgden de kruiswegstaties. In 1922 werd er een orgel aangeschaft. Tot die tijd had men gebruik gemaakt van een harmonium. Het orgel liet men bouwen door de beroemde firma Seifert uit Keulen. Helaas is het in verval geraakt en in 1956 vervangen. In november 1925 nam pastoor Van Esch om gezondheidsredenen ontslag. Hij stierf een jaar later, op 1 december 1926, in zijn geboorteplaats Schijndel, waar hij ook is begraven.
Pastoor Van Riel en de oorlogsjaren
Zijn opvolger, Henricus van Riel (1878-1945), was pastoor in roerige tijden. Zo brak vrijwel meteen na zijn aantreden op Oudejaarsdag de dijk bij boerderij ’t Roth, met als gevolg dat de gehele streek onder water kwam te staan. Gedurende de twintig jaar waarin Van Riel pastoor was, werd de kerk voorzien van een nieuwe doopvont en een nieuwe preekstoel (1930). Ook is hij verantwoordelijk voor de bouw van de kerkhofkapel in 1933/1934, evenals voor het Heilig-Hartmonument tussen pastorie en kerk. Verder heeft hij zich bijzonder ingespannen voor de oprichting van de katholieke Petrus Canisiusschool in 1927.
Op 15 augustus 1941, gedurende de Tweede Wereldoorlog, werd het gouden jubileum van de parochie gevierd. Dit feestelijk jubileum werd een jaar later gevolgd door een trieste gebeurtenis, namelijk het weghalen van de klokken door de Duitse bezetter, in december 1942. Het waren nog de oude klokken die sinds 1830 in de waterstaatskerk hadden gehangen. Pastoor Van Riel heeft op de zondag erna tijdens de preek een grafrede voor de klokken uitgesproken. Pas in 1949 zijn er nieuwe klokken gekomen.
Negen maanden na de bevrijding stierf pastoor Van Riel. Hij werd bijgezet in zijn eigen kerkhofkapel. Gerardus van Hout (1900-1973) volgde hem op.
De tijd van Mijnheer Pastoor Van Hout
Pastoor Van Hout is nog steeds een begrip in Overasselt. Stond pastoor Van Riel midden tussen zijn parochianen, Van Hout was een echte “Mijnheer Pastoor”, streng en waardig. Hij eiste van zijn parochianen, evenals van zichzelf, een strikte naleving van de geboden en voorschriften en alle vermakelijkheden moesten wijken voor het bijwonen van de erediensten. Zo kon het gebeuren dat hij persoonlijk de voetbalwedstrijden op het terrein naast de kerk kwam beëindigen als het Lof begon.
In de tijd van pastoor Van Hout is het beeld van Sint-Antonius abt in de voorgevel van de kerk geplaatst en zijn de houten zijaltaren vervangen door onder meer een Maria-altaar, ontworpen door de plaatselijke kunstenaar Wim Klabbers, die later ook het koorhek vervaardigde dat op de plaats van de communiebank kwam. In november 1968 ging pastoor Van Hout om gezondheidsredenen met emeritaat. Hij overleed op 6 juli 1973 en werd op het Overasseltse kerkhof begraven.












